vmce header 800

vmce header 480

Uitgebreide voedselallergietest in De Sionsberg

21-01-2008 | Voedselallergie komt bij kinderen in Nederland veel voor, maar uit onderzoek is gebleken dat het regelmatig voorkomt dat een kind het stempel ‘allergisch’ opgeplakt krijgt, terwijl hij niet allergisch is. 

Om dit ongemak te voorkomen, maakt De Sionsberg in Dokkum gebruik van de ‘Dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie’, kortweg DBPGVP. Dankzij deze test wordt het aantal onterechte diagnoses sterk teruggedrongen.

De DBPGVP methode is een uitgebreide allergietest. In Dokkum is deze test beschikbaar voor kinderen met verdenking koemelk-, kippeneiwit-, pinda-, soja- en hazelnootallergie. De test is ontworpen door allergoloog professor Dubois uit Groningen, in het UMCG wordt de test al lange tijd met succes gebruikt. Vorig jaar heeft het nieuwe voedselallergieteam van De Sionsberg, bestaande uit een diëtiste, kinderarts, een gespecialiseerde kinderverpleegkundige en een kok, de methode overgenomen.

De allergietest bestaat uit twee schijnbaar identieke delen. Het patiëntje komt daarvoor twee keer naar het ziekenhuis, de ene keer krijgt het kind voeding met stoffen waar het kind allergisch voor kan zijn, de andere keer niet. Pas achteraf wordt bekeken tijdens welke test de ingrediënten in het voedsel zaten, ook de betrokken arts en verpleegkundige weten niet welke stoffen in het testvoedsel aanwezig zijn. Het testvoedsel wordt volgens speciaal recept gemaakt, waardoor er geen verschil in smaak waarneembaar is. De test is dus volledig ‘blind’ zoals dat heet en pas achteraf is duidelijk of het kind allergisch is.

De diagnostiek en behandeling rondom voedingsallergieën is nog volop in ontwikkeling. Zo is uit recent onderzoek gebleken dat een aangepast dieet vanwege een vermeende allergie erg schadelijke gevolgen kan hebben. László Szijjarto, kinderarts in De Sionsberg, legt uit: “Doordat iemand een aangepast dieet volgt, kan er juist een allergie ontwikkeld worden. Het lichaam is dan niet meer gewend aan de bepaalde voedingsstof. Hierdoor kan een vermeende allergie zich ontwikkelen tot een daadwerkelijk en zeer gevaarlijke allergie.”

Natuurlijk is het voor mensen die wel een voedselallergie hebben, van groot belang om zeker te weten dat ze allergisch zijn. “Sommige allergieën zijn levensgevaarlijk, voor die mensen is het essentieel dat ze zeker weten waarvoor ze allergisch zijn, zodat ze een goed aangepast dieet kunnen gaan volgen.” Daarnaast spelen ook kosten van een aangepast dieet mee. “Als er in een gezin één iemand aangepast moet eten, moet er soms twee keer gekookt worden. Dit is niet alleen erg lastig, maar brengt ook extra kosten met zich mee.”

Szijjarto is erg enthousiast over de voedselallergietest. “De DBPGVP test zorgt ervoor dat we echt zeker weten of een kind wel of niet allergisch is. In veel gevallen blijkt een kind dat volgens de gewone provocatietest allergisch was, toch geen allergie te hebben. Daarom is de test van groot belang om uit te voeren, want op die manier voorkomen we dat kinderen massaal onterecht langdurig een dieet volgen. Een onterecht dieet brengt, naast het onvolwaardige voedingspatroon, het risico met zich mee dat het kind een ernstige allergie ontwikkelt, of dat er nooit de juiste diagnose gesteld kan worden. Daarnaast is het voor kinderen ook heel vervelend als je bijvoorbeeld geen ijsje of chocola mag eten, terwijl de rest het wel gewoon mag.”

De ‘normale’ open voedselprovocatietests zijn nog steeds goed om allergieën uit te sluiten, maar niet om een allergie aan te tonen. Als er uit de provocatietest bij de huisarts of het consultatiebureau een verdenking allergie komt, is het raadzaam om de DBPGVP test te laten doen. Pas dan kan met zekerheid worden gezegd of het kind allergisch is. In veel (50 tot 68% van de) gevallen blijkt dat een positieve open provocatietest toch wordt tegengesproken door de resultaten van de DBPGVP test. Hierdoor wordt veel gezinnen een aangepast voedingspatroon en de daarmee gepaard gaande overlast bespaard.

Bron: radio Noordoost-Friesland