vmce header 800

vmce header 480

'Kind is geen kleine volwassene'

04-12-2006 | Hij is een ruim een jaar hoogleraar kinderdermatologie - de eerste in ons land. Arnold Oranje, de dokter met de vlinderstrik en de onbedaarlijke lach, over de noodzaak van een professor voor huidziekten bij kinderen. ‘Toen ik 37 jaar geleden begon behandelden we eczeem nog met teerzalf.’ 

Hij verzamelt, zoals hij het zelf zegt ‘bijzondere postzegels’. Arnold Oranje staat bekend om zijn encyclopedische kennis op het terrein van de kinderdermatologie, een omgevallen boekenkast die bij binnenkomst van een patiëntje feilloos de huidaandoening benoemt. En niet zelden zijn dat kinderen die soms al jaren met een dermatologisch probleem kampen.

Maar een theoreticus is Arnold Oranje in de dagelijkse praktijk allerminst. Hij staat bekend als ‘dokter met de vlinderstrikjes’ (“Ik heb een enorme verzameling in alle soorten, maten en kleuren - kinderen vinden ze prachtig.”) wiens onbedaarlijke lach regelmatig door de gangen schalt van het Sophia Kinderziekenhuis, onderdeel van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Hij mag dan ruim een jaar ‘hooggeleerde’ zijn, Arnold Oranje wil niet verstoffen tot boekenwurm die alleen nog achter het bureau zijn vak beoefent.

“Ik houd van de kinderen in het Sophie,” zegt hij. “Ik zou het echt vreselijk vinden als ik, wat men dan noemt, het contact met de werkvloer verlies. En tegen zoiets als pensionering kijk ik met angst en beven aan. Ik zou het hier zó missen.”

Arnold Oranje wilde tijdens zijn studie aanvankelijk internist worden. Hij schafte daartoe een peperdure Hewlett-Packard stethoscoop aan, maar ‘ik werd gegrepen door de dermato-venerologie, in het bijzonder de geslachtsziekten’. Toen hij zijn hart verpandde aan de kinderdermatologie - destijds geen specialisatie maar een ‘interesseveld’ - pestten zijn studievrienden hem met de keuze voor kinderen. ‘He Arnold, ga je luiers verschonen...?’ ‘Poppendokter voor de schilfertjes’ was een andere omschrijving.

“Gelukkig,” zegt Arnold Oranje, in zijn vrije tijd hartstochtelijk Feyenoord-fan, “is de kinderdermatologie een vak apart geworden. De erkenning dat kinderen geen kleine volwassenen zijn is nu algemeen, hoewel ik ons vakgebied soms nog wel moet verdedigen tegen collega’s die menen dat de huid simpelweg de huid is. Ongeacht of die zes maanden jong of zestig jaar oud is. Een ernstige misvatting.”

Oranje: “De huidoppervlakte van een kind is ten opzichte van het totale lichaamsvolume groter. Bij te vroeg geboren baby’s en - in mindere mate - bij zuigelingen is de eerste levensweken de doorlaatbaarheid van de huid vergroot - bij kinderen met atopisch eczeem, dat wij onder de naam dauwworm kennen, is dat zelfs langer. Bovendien missen ze beharing – die ontwikkelt zich pas in de pubertijd. Je zult dus moeten oppassen met bijvoorbeeld allerlei crèmes die je bij ouderen wel kunt gebruiken. Bij kinderen kan dat tot bijwerkingen leiden.

“Kinderen,” vervolgt Oranje, “zijn geen ‘kleine volwassenen’ op wie je navenante diagnostiek kunt loslaten. Lang heeft het idee dat het gewoon om ‘mensjes’ ging er voor gezorgd dat er weinig geld beschikbaar was voor wetenschappelijk onderzoek.” Die achterstand wil Oranje inhalen en hij is naar eigen zeggen ‘op de goede weg.’

Zijn hoogleraarschap, Oranje is Nederlands eerste professor in de kinderdermatologie, is de erkenning van in zijn ogen een ‘geheel eigen subspecialisatie of aandachtsgebied, dat certificatie verdient’.

In Europees verband timmert hij daartoe aan de weg als voorzitter van de Europese organisatie voor Kinderdermatologie. Nationaal en internationaal geniet de unit kinderdermatologie in Rotterdam naam en faam.

Oranje is met zijn collega Flora de Waard-van der Spek auteur van het Handboek Kinderdermatologie, de bijbel voor menig huisarts, consultatiebureau-arts, arts-assistent, specialist en gespecialiseerde verpleegkundige.

Bovendien draagt de hoogleraar bij aan het Textbook of Pediatric Dermatology, een mondiaal standaardwerk dat onlangs door de gezaghebbende Britse Royal Society of Medicine nog als ‘highly recommended’ werd geprezen en onderscheiden als de twintig beste boeken van het jaar 2006.

Jaarlijks worden 4000 kinderen in het Sophia gediagnosticeerd en behandeld. “Maar,” verzucht Arnold Oranje, “dat zouden er eigenlijk 8000 moeten zijn. Ook hier hebben we met een flinke wachtlijst te maken. Het aantal huidafwijkingen is in de loop der jaren toegenomen. Gelukkig beschikken we over steeds modernere therapieën en begrijpen we steeds meer wat een bepaalde aandoening inhoudt. Toen ik 37 jaar geleden begon, was teerzalf het middel tegen eczeem.”
Nu, vertelt Oranje trots, herbergt het Sophia kinderziekenhuis een Eczeem en Reuzenvlekkenschool, waar kinderen met dikwijls zeer ontsierende huidafwijkingen terecht kunnen.

Arnold Oranje: “Het gaat dan om enorme moedervlekken in het gezicht of op de hals. Tot het vijfde levensjaar van het kind hebben vooral de ouders daar last van, vanaf hun zesde komen die kinderen zelf in de problemen. Ze kunnen worden gepest door leeftijdsgenoten en dat heeft een grote weerslag op de psyche van kinderen. Als zij vroeg in hun leven worden beschadigd, dragen ze dat in de rest van hun bestaan mee. Ik heb ooit een documentaire op de BBC gezien van een jonge vrouw met een grote wijnvlek die eenvoudigweg niet naar buiten durfde te gaan. Wij zien zeer grote moedervlekken, soms van 40 tot 60 centimeter groot.”

In 2007 hoopt Oranje over de Erbium-laser te kunnen beschikken, een soort ‘fijnschiller’ die het aangetaste weefsel kapot maakt en waarmee de huid vervolgens kan worden afgehaald. Nu verwijdert de plastisch chirurg met een zogeheten ‘scherpe lepel’ de aangedane huid. Een geplande studie door hemzelf in samenwerking met zijn collega Van Adrichem moet moeten uitwijzen wat beter is.

Volgens Oranje wordt de geestelijke belasting door een geschonden lichaam, in het bijzonder de zichtbare delen, dikwijls onderschat. “Het heeft zelfs invloed op de genezing zelf. In enkele studies is aangetoond dat de wondgenezing kan worden vertraagd wanneer mensen bijvoorbeeld onder ernstige spanning te lijden hebben.”

Als hoogleraar wil Arnold Oranje de kinderdermatologie ‘verder op de kaart zetten’. Er is volgens hem nog veel werk te doen. Immers, een kwart van alle kinderen in ons land heeft met een huidafwijking - van ernstig tot tamelijk onschuldig - te maken. En omdat de Kinderdermatologie in het Sophia kinderziekenhuis vrijwel alle bijzondere huidafwijkingen krijgt verwezen, kan Oranje zijn verzameling ‘postzegels’ blijven uitbreiden.

Of, zoals de professor het in zijn oratie ter gelegenheid van zijn benoeming tot hoogleraar zijn passie bondig samenvatte: ‘De kinderhuid spreekt, zingt en lacht!’

Bron: Algemeen Dagblad

Poll

Mijn voorgeschreven neutrale zalven en/of crèmes worden zonder probleem vergoed
Altijd - 28.9%
Soms, maar niet altijd - 24.4%
De mijne niet - 44.6%

Aantal stemmen: 810
Stemmen op deze enquete is niet meer mogelijk. op: 01 jan 2018 - 00:00