Dermatocorticosteroïden

Dermatocorticosteroïden - hormoonzalven in de volksmond - zijn zalven, crèmes en lotions waarin een middel zit dat afgeleid is van het natuurlijke hormoon cortisol. Cortisol is een hormoon dat in de bijnieren wordt aangemaakt en dat veel belangrijke processen in het lichaam regelt. Het is onmisbaar. Corticosteroïden werken op de huid als een afweeronderdrukker. Inmiddels zijn er verschillende varianten van ontwikkeld. Ze hebben elk een andere sterkte en op basis daarvan worden ze ingedeeld in klassen; van 1 (zwak) tot 4 (zeer sterk).

Veel mensen zijn in eerste instantie huiverig om dermatocorticosteroïden te gebruiken. Dat is op zich begrijpelijk, maar met goede begeleiding en juist gebruik zijn ze veilig en kunnen er heel goede resultaten worden behaald. Essentieel is het juiste gebruik. Vraag bij de voorschrijvend arts altijd alle details omtrent het gebruik. Hoe vaak? Op het hele lichaam of alleen de eczeemplekken? Hoe dik/dun? De aanwijzing ‘tweemaal daags dun aanbrengen’, zoals vaak op het etiket te lezen is, is echt niet voldoende. Een aantal dingen om op te letten:


SterkteStofnaam
Merknaam
Klasse 1
Hydrocortisonac. 1%Mildison, merkloos
(zwak)  
   
Klasse II
Triamcinolonac. 0,1%
Merkloos
(matig sterk)Alclometason 0,05%Aclosone
 Clobetasonbutyraat 0,05%Emovate
 Flumetason 0,02%Locacorten
 Fluocortolon 0,5%Ultralan
 Hydrocortisonbutyraat 0,1%Locoïd
   
Klasse III Betamethason dipropionaat 0,05%
Diprisone
(sterk)Mometason 0,1%
Elocon
 Betamethason valeraat 0,1%Merkloos, Betnelan, Celestoderm
 Desoximetason 0,25%Ibaril. Topicorte
 Diflucortolon 0,1%
Nerisona
 Fluocinonide 0,05%
Topsyne
 Fluprednideen 0,1%
Decoderm
 Fluticason (creme 0,05%, zalf 0,005%)
Merkloos, Cutivate
 Halometason 0,05%
Sicorten
   
Klasse IV
Clobetasol propionaat (0,05%)
Dermovate
(zeer sterk)
Betamethason diproprionaat (0,05%) + propyleenglycolDiprolene

Bijwerkingen van dermatocorticosteroïden
Zeker met de hoge klassen is het belangrijk om onder controle te zijn van een arts die bekend is met de bijwerkingen van dermatocorticosteroïden, het liefst een dermatoloog. Het dunner worden van de huid is één van de voornaamste bijwerkingen. Doordat de zalf de activiteit van de huid onderdrukt, kan de huid dunner worden. We noemen dat atrofie. Hoewel atrofie op zich ontsierend is en kan leiden tot sneller krijgen van blauwe plekken, striae en beschadigingen, is het op zich niet gevaarlijk.

Bij het veelvuldig gebruik van hoge klassen op grote lichaamsoppervlakten bestaat de kans dat er teveel van het hormoon in het bloed komt. Dat kan leiden tot sogenaamde systemische bijwerkingen. Een kind is daar gevoeliger voor omdat het relatief een groter huidoppervlak heeft dan een volwassene. Maar, systemisch bijwerking van dermatocorticosteroïden komen gelukkig zeer zelden voor.

Een veel gehoord verhaal is dat door het onderdrukken van eczeem met dermatocorticosteroïden ‘het eczeem naar binnen slaat’ en dat er daardoor astma ontstaat. Astma komt veel voor bij kinderen die eczeem hebben, maar treedt vaak pas op latere leeftijd op. Sommige denken dan dat dit door de dermatocorticosteroïden komt, maar dat is niet waar. In medische termen heet dit fenomeen de allergische mars, oftewel de opmars van eczeem naar astma naar hooikoorts. Hoe dit precies komt en welke eczeemkinderen ook astma gaan ontwikkelen is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat er een relatie is tussen de drie: het zijn alledrie atopische ziekten. Zo ongeveer 40% van de kinderen met eczeem krijgt ook astma en ongeveer 50% hooikoorts.

Overigens is het opmerkelijk dat men bij gebruik van exact dezelfde corticosteroïden bij astma, de zogenaamde inhalatiecorticosteroïden, niet dezelfde voorbehouden heeft als bij dermatocorticosteroïden.
 
De VMCE geeft de folder Dermatocorticosteroïden: hormoonzalven bij de behandeling van constitutioneel eczeem uit.