Wat is de rol van erfelijkheid bij eczeem?
Het merendeel van de mensen met constitutioneel eczeem heeft een atopische constitutie. Dat is een erfelijke aanleg tot het ontwikkelen van een allergische aandoening, zoals constitutioneel eczeem, astma en / of hooikoorts (allergische rhinitis). Volgens schattingen heeft 20% van de Nederlanders een atopische constitutie. Mensen met deze constitutie hebben een grotere kans om kinderen te krijgen die ook een atopische constitutie hebben. Dat wil niet zeggen dat die constitutie ook daadwerkelijk tot allergische aandoeningen leidt. Het kind kan constitutioneel eczeem krijgen, of hooikoorts of astma, of een combinatie. Maar het kan ook heel goed dat het kind helemaal geen klachten krijgt. Voorspellen welke kinderen wel klachten krijgen (en wanneer) en welke kinderen niet is niet mogelijk, omdat meerdere factoren een rol spelen.
De erfelijke factor is niet de enige factor die een rol speelt bij het ontwikkelen van allergische aandoeningen. Heeft men de erfelijke aanleg voor een atopische constitutie, dan zal die tijdens het leven niet meer veranderen. Maar andere factoren kunnen het ontstaan van de aandoening gunstig beïnvloeden, zodat iemand wel de erfelijke aanleg kan hebben en toch geen eczeem (of andere allergische aandoening) krijgt. Wanneer beide ouders een atopische constitutie hebben, is de kans op een kind met een atopische constitutie 40 tot 80%. Heeft één van beide ouders een atopische constitutie, dan is die kans 10 tot 40%. Let wel, het hebben van een atopische constitutie hoeft niet te betekenen dat het kind daadwerkelijk eczeem krijgt. En een ouder die geen eczeem of andere allergische aandoening heeft kan toch een kind met eczeem krijgen, omdat hij of zij wel de atopische constitutie heeft en die doorgeeft aan het kind.
Voorlezen


